We ontvingen bezorgde mailtjes uit België en Nederland
met de vraag of alles wel nog goed gaat met ons en we eigenlijk wel nog
zeilen…. Het werd met andere woorden dus tijd om nog eens in de pen te kruipen
en iedereen gerust te stellen : we maken het uitstekend hoor ! We hebben het de
laatste weken enkel een beetje “druk” gehad met het zoeken naar een
overwinteringsplaats maar nu we die gevonden hebben is de rust terug aan boord
geslopen op Snow Goose. Jullie mogen je dus verwachten aan een resem beeldmateriaal
welke eerstdaags jullie richting zal gestuurd worden door mijn “esposa”. Onze
verhalen zullen vanaf nu ook een andere wending nemen: gedaan met het chronologisch opsommen van onze
gevaren route wat op de duur zou beginnen vervelen. Neen, onze belevenissen met
uiteraard nu en dan iets meer uitleg over onze uitstapjes of uitspatjes zal véél interessanter zijn en zal dan ook
vlotter lezen (hoop ik althans).

Het is ondertussen zo’n vijf weken geleden dat Snow Goose
bij het einde van ons vorig verhaal in Portimao terug het water onder haar kiel
voelde. De herstelling aan de kiel verliep vlekkeloos en zeg nu zelf: een weekje droog staan op een werf is nu niet
precies onoverkomelijk. Dit moet ook die gast één van die nachten gedacht
hebben. Rond middernacht zaten we rustig en onze “salon” toen we plots buiten
een verdacht geluid hoorden. Voorzichtig sloop ik naar buiten en zag nog net
hoe een duidelijk beschonken man op zijn fiets kwam aangereden, stopte bij het
2,5 meter hoge hek MET prikkeldraad, zijn fiets in één zwaai erover zwiepte,
zelf klauterend en vloekend over de prikkelende draden sukkelde, om dan in één
van de als huis omgetoverde zeilboten te verdwijnen om daar zijn roes uit te
slapen. Je vraagt je dan af waarom hij
niet simpelweg door het open hekken gekomen is ???

Missen is menselijk natuurlijk… Zo kon je lezen dat wij
de etappe naar Portimao bij nacht hebben afgelegd. Eén van ons slaapt dan
terwijl de ander waakt in de kuip. Er kan immers van alles gebeuren: stand van de
zeilen moeten aangepast worden, boeien moeten correct gerond worden, visnetjes
versperren de weg, of … vissers zijn hun netten aan het slepen. En geloof het
of niet (vraag maar aan de zeilers onder jullie), de zee mag dan nog zo
onmetelijk groot zijn, met alle respect voor hun job, vissersboten varen
precies altijd op ramkoers. Zo zat ik die nacht in de kuip en zag een
zwaailicht pal voor de boeg. We waren er nog zéér ver van verwijderd dus had ik
een babbel met Antoine (onze automatische piloot) en stuurde iets bij om de
vissersboot veilig te passeren. Geen vijf minuten later zat die visser terug
pal voor ons. “Verdorie Antoine, terug bijsturen hé”. Opnieuw dus de koers
aangepast maar wat ik ook deed, het zwaailicht bleef voor ons schip schijnen.
Intussen kwam Sonja bovendeks om de wacht over te nemen en toonde ik haar ons
probleem en ging slapen. Bij dageraad en nà mijn 3-uur slaap stak ik terug mijn
slaperig kopje boven waar mijn vrouwtje lachend de visser toonde : het was
verdorie, naar ik later dan las in de pilot, de zéér straffe phare op Cabo de
Sao Vincente, die me die nacht parten speelde. Ik speelde die nacht dus kat en
muis met een … vuurtoren.

Gevaarlijk was dit natuurlijk niet. Van een gans ander
kaliber was mijn fietstochtje in Nazaré. De havenmeester, zo weggeplukt uit het
genre film “Master and Commander”, had me wijsgemaakt waar de dichtste
supermarkt was. Nu moet je weten dat Nazaré eigenlijk meer een vissershaven is
met werkplaatsen en rijen pakhuizen op een anders volledig braakliggend en verwaarloosd
terrein. Achter de laatste opslagplaats moest ik wezen, dus nam ik mijn
minifietsje en net-niet-omvallend trapte ik aldaar. Ik dacht nog bij mezelf
“wat een vreemde plaats voor een supermarkt, zo afgelegen”, maar het was te
laat. Ik kwam de hoek om en stond oog in oog met vier ogen, acht lenige poten,
twee grommende muilen en een veelvoud van druipende tanden : waakhonden !

Toen maakte ik de tweede fout: in plaats van te stoppen
en een babbeltje te doen met die twee gasten begon ik sneller te fietsen. Een
automatisme dat als een oerinstinkt ergens in mijn onderbewustzijn zweeft en nu
geactiveerd werd. Mijn afgetrainde benen (euh ?) trappend om te overleven tegen
jonge vraatzuchtige roofdieren : wie zal het halen ? Terwijl ik naar mijn
mening bijna de geluidsmuur doorbrak blaften en grolden die beesten vlak naast
me. Al lopend begonnen ze nu naar mijn voeten en benen te bijten! Ik probeerde
terug te stampen maar dat ging ten koste van mijn snelheid natuurlijk. Het was
geleden van toen ik een jaar of 10-12 was, dat ik me zo moest reppen om met
mijn vrienden Noei, Biesten, Latte, Mitte en ik ( Dum) uit de handen van de
boer te blijven toen die ons betrapt had op zijn hooizolder. Ik begon op volle
snelheid te zigzaggen over de weg, waarop de honden blijkbaar niet hadden gerekend.
Ik begon warempel afstand van hen te nemen. En dan precies alsof ik aan het
einde van hun territorium was gekomen, lieten ze me gaan. Zij waarschijnlijk
tevreden dat ze die indringer verjaagd hadden, en ik … tja kon terug weer
ademen terwijl mijn hartslag terug beneden de 150 zakte. Ik vraag me af hoe die
havenmeester aan zijn manke poot gekomen was….

Er waren natuurlijk ook rustiger momenten. Zo slenterden
wij door Ayamonte, een stadje in Spanje met burcht, kerken en smalle straatjes.
Terwijl mijn vrouwtje de boetiekjes bezocht had ik vlakbij een pleintje ontdekt
waar ik onder een schaduwrijk terras, met een San Miguel voor me, het plein
overzag. Het verkeersvrije pleintje was omgeven door grote statige palmbomen
met eronder prachtige in mozaïek bezette zitbanken. Een heiligen beeld, zoals
er zo vele zijn in Spanje, prijkte in het midden. Alle woningen rondom waren
piekfijn verzorgd en baadden in de zon met een straalblauwe lucht als
achtergrond. Voor sommige huizen stond een terras waar ganse families, halfweg
de namiddag, nog aan het eten en debatteren waren, terwijl hun kinderen
ravotten. De kleintjes zaten gewoon op de grond met speelgoed te spelen, een
iets groter meisje speelde met haar wave-board
kat en muis met haar zus, de stoere jongens speelden links op het plein
uiteraard voetbal. Ik ergerde me wel aan het feit dat ze de bal steeds met de
top van hun schoen schopten ipv de binnenkant. Ze waren mijn inziens op een
leeftijd gekomen dat ze dit al onder de knie moesten hebben. Ook hun vaders die
toekeken en soms meespeelden bemerkten dit blijkbaar niet. Op het pleintje ging
het er plezierig luidruchtig aan toe. Geen kakofonie van storend geroep of
getier maar eerder een achtergrondmuziek van dagelijkse heel gewone geluiden,
waar men eigenlijk niet meer op let. Het pleintje straalde op dat moment een
perfecte rust uit. Geen geweld, geen stress, geen geruzie, geen problemen,
kortom hier had ik lang, zéér lang willen blijven zitten.

Rust dacht ik ook te vinden op de bus op terugweg van
Sintra naar onze boot. We hadden immers de ganse dag geslenterd door het
sprookjeskasteel en tuin en waren moe. Ik had net een goed plaatsje gevonden
toen op de zitplaats achter ons een Portugese vrouw plaatsnam. De bus vertrok
naar Oeiras en ik naar dromenland. Door mijn oogspleten zag ik hoe de vrouw
haar gsm nam en uiteraard in het Portugees begon te kletsen. Niet dat stil gefluister zoals iedereen
probeert te doen in een overvolle bus. Neen, het klonk alsof ze rechtstreeks
verbonden was met mijn I-Pod oortjes met het volume op tien ! Lang zou dit niet
duren… dacht ik. De vrouw slaagde er in om de volledige terugrit van één vol
uur te tateren over Portugese koetjes en kalfjes! Rust zei je? Stress verdorie!

Gestresseerd werd ik ook toen op weg naar San Vincente de
la Barquera onze gps- positie op de elektronische kaart plots wegviel. Ik dook
naar binnen want deze hulp hadden we echt nodig gezien de aanloop en binnenvaart
van San Vincente niet echt gemakkelijk is. Terwijl het instrumentenpaneel open
lag en ik zat te puzzelen (zo van: dit is het begin van de draad, maar waar is
het einde ?), begon Sonja luidkeels van in de kuip te roepen : “de dieptemeter
toont plots maar een diepte aan van 2,5 meter !” terwijl we al een hele tijd in
de 80m diepte zone zaten. Ik stoof terug
naar buiten, executeerde Antoine (allez figuurlijk dan)en gooide het roer om.
Hoe ik ook zocht en draaide en keerde, de dieptemeter bleef rond de twee meter
hangen. Had ik nu per ongeluk een kabeltje losgetrokken of zo? Neen, later, véél later zou blijken dat wij
niet 2 meter onder de kiel hadden , maar … 102 meter ….. (pfff).

Toen we pas in Viana de Costello lagen, hoorden we op de
kade boven ons Pools of Russisch praten. We staken onze slaperige kopjes buiten
en waar de avond voordien plaats zat was op de kade, stonden nu massa’s auto’s
geparkeerd. Iets verderop was blijkbaar een soort oldtimerbeurs aan de gang.
Toen Sonja terugkwam van de douches vertelde ze me dat ze overal Pools hoorde
en dat de parking vol stond met Poolse auto’s met de letter “P”. Toen we deftig
waren om onder de mensen te komen, en de beurs uiteraard op zijn einde liep, werd
het mysterie opgelost: mijn vrouwtje was
effetjes vergeten dat we in Portugal waren, vandaar die “P” natuurlijk. En mocht
je dit als Belg niet weten : ooit al eens Portugees horen praten? Neen, wel het
“klinkt” net als … Pools!

Om voorlopig mee af te sluiten : velen vragen ons wat we
zo ganse dagen doen. Wel … ik kan het niet beter verwoorden dan die Engelsman
laatst :

I don’t
know what we are doing all day, but it takes all day to do it !!!

Hasta
luego